Anders groen investeren

Als je met enige mate van stijfkoppigheid gaat voor de aanplant van 50 miljoen bomen en niet al te zwakzinnig wilt overkomen moet je een strak plan hebben. Er moet een plan zijn dat in theorie werkt, en liefst ook in de praktijk. Ook moet het mogelijk zijn om het plan uit te breiden, bijvoorbeeld naar 100 miljoen bomen, net zoals er een mogelijkheid moet zijn om de aanplant van bomen per direct te termineren. Zijn die twee mogelijkheden er niet dan leg je jezelf een druk op die nooit positief kan gaan werken.

De gekozen limiet van 50 miljoen bomen is redelijk krap. Op zich is het net zo eenvoudig om te gaan voor 500 miljoen bomen, of drie miljard stuks. Allemaal aantallen die op zich goed haalbaar zijn. De reden dat er is gekozen voor de aanplant van 50 miljoen bomen is dan ook niet gebaseerd op enige praktische of financiële beperking van het project maar meer op basis van de gedachte dat het halverwege de magische grens van honderd miljoen stuks ligt. Waarom? Op zich hebben we geen idee. Waarschijnlijk is die plek halverwege het wat ons betreft ideale aantal gekozen om een limiet te hebben die haalbaar is en tegelijkertijd bij voltooiing door te kunnen gaan in de gedachte dat we het moeilijkste stuk achter de rug hebben.

Bij een groot project is de drijfveer nooit volledig idealistisch. Ego speelt ook een grote rol. Misschien wel de grootste. Naar 50 miljoen bomen wijzen en duidelijk laten merken dat het jouw verdienste is dat ze er staan. Slecht? Nee, omdat er zonder ego net zoals er zonder commercie geen liefdadigheid kan bestaan geen energie achter grote projecten kan worden gezet. Laat staan achter projecten waarvan het doel gerust als surrealistisch mag worden aangemerkt.

Het enige antwoord dat je moet zien te vinden als je van je project een succes wilt maken is het antwoord op de vraag hoe je Jan met de Pet meekrijgt in je verhaal. Aan allerlei rekenmodellen, prognoses en verwachtingen heb je namelijk helemaal niets. Je moet iets neerzetten dat aan de ene kant goed doordacht is en aan de andere kant extreem simpel van opzet. Dus Jan met de Pet moet centraal staan. In feite ook niet onredelijk, omdat als je de gewone man en vrouw nodig hebt om en doel te bereiken je hen ook de eer moet gunnen die ze toekomt.

Het draait op zich allemaal om die factor ‘eenvoud’. Je moet een systeem hebben dat binnen tien seconden is uit te leggen en ook binnen die tien seconden door iedereen wordt begrepen. Binnen tien seconden moet je degene die je uitleg hoort of leest zien waar de winst ligt. Ook belangrijk: je moet een kloppend verhaal hebben. Kunnen aantonen wat je doet, en dat je doet wat je zegt te doen.

Als er vandaag 50 miljoen bomen in de grond staan en morgen rotten er 25 miljoen de grond uit dan is dat vervelend. Die kwalificatie van de situatie moet zo ongeveer de meest vreselijke zijn. Anders gezegd: zelfs als alle bomen afsterven is dat een vervelende situatie. Dus niet een situatie waarbij het project ten onder gaat door de claims die investeerders neerleggen. Dat bereik je alleen als je er voor zorgt dat je helemaal geen investeerders hebt.

Dat laatste is overigens wel interessant. Een project dat honderden miljoenen euro’s kost neerzetten terwijl er geen dubbeltje van investeerders in zit. Vergelijkbaar met het tijdens een sneeuwstorm beklimmen van Mount Everest in je zwembroek en op je flipflops. Onmogelijk? Dat zou je wel denken.

Onder de streep is bijna niets zo moeilijk als het zorgen voor eenvoud. Een doemscenario moet je niet wegredeneren, ontkennen of verzwijgen: het moet er gewoon niet zijn. Je moet geen oplossingen zoeken voor mogelijke problemen, er mogen gewoon nooit problemen ontstaan.

Beleggen in aandelen of cryptocurrency? Goed, je kan er leuk aan verdienen. En je kan er lelijk op verliezen. Nu zijn die beleggingen op zich niet zo interessant voor ons, maar de manier waarop allerlei partijen het aanprijzen is dat wel. Mooie verhalen, nog mooiere geprognosticeerde winsten, en dat alles verpakt in een glossy online of offline brochure. En aan de kaft kun je al ruiken dat er iets niet klopt.

Er is een stelling welke stelt dat de vragen welke het bezit van kennis oproept bezien moet worden als een cirkel. De diameter van de cirkel staat voor de hoeveelheid kennis die men heeft, de omtrek van de cirkel staat voor de hoeveelheid vragen welke het bezit van die kennis oproept bij de bezitter van die kennis. Voor wie de formules voor de berekening van de omtrek van een cirkel nog weet is het niet zo moeilijk om te ontdekken dat op basis van deze stelling geldt dat hoe meer kennis men heeft des te meer vragen die kennis in relatieve zin oproept. Neemt de kennis toe dan groeit het aantal vragen exponentieel.

Je kunt een heel mooi systeem bedenken om bomen aan te planten, maar als je systeem vragen oproept is dat geen goed teken. Ergo: je moet de mensen die je mee wilt nemen in je systeem alle mogelijke kennis geven die te maken heeft met je project, maar dan wel weer zo dat die kennis geen vragen oproept. Een eenvoudige uitleg die compleet is en klopt, maar die geen ruimte voor vragen laat.

In het vormen van eenvoud zit eigenlijk een enorme mate van complexiteit. Iets schrappen is snel gedaan. Maar kan en mag je iets schrappen, en wie of wat doe je tekort als het gaat om het geven van informatie als je iets schrapt?

In het vormen van eenvoud zit ook nog iets anders, en dat is de schoonheid van de simpliciteit zelf. Ik hoef niets te vertellen want er is niets te vertellen. Een mate van puurheid die is van de kwaliteit die je zoekt. En het is meteen ook de kwaliteit die zorgt dat je binnen tien seconden je hele verhaal kwijt kunt.

Investeringsmogelijkheden kun je niet zomaar aanbieden. Daar zijn wetten en regels voor. En er is toezicht op de naleving ervan. Zo probeert de overheid te voorkomen dat mensen hun spaargeld kwijtraken. En Jan met de Pet wil helemaal geen regeltjes en contracten. Ook wil Jan met de Pet niet op een punt komen dat hij zijn spaargeld moet uitzwaaien omdat het naar Dubai of Panama verhuist. Een dergelijk vertrek is namelijk over het algemeen voor een enkele reis.

Wat nu als je de investering in bomen aan gaat bieden in termijnen? Bijvoorbeeld over een periode van vijf jaar. Dan kan iedereen die dat wil maandelijks een klein bedrag inleggen. Met 50 miljoen bomen met elk 60 inperkingen op de hoofdsom geven samen drie miljard termijnen die binnen moeten komen. Nee, niet doen. Dat geeft een enorme administratie. Daarnaast legt het deelnemers de verplichting op om elke maand te betalen, en nog erger: ze lopen bij non-betaling het risico datgene wat ze hebben geïnvesteerd kwijt te raken.

Er zijn nog wel vijftig redenen waarom een project als dit een bepaalde vorm niet moet hebben. Wil je al die redenen uitbannen dan moet je even kijken naar het geheel vanuit het perspectief van Jan met de Pet: ik wil best investeren in de aanplant in boen maar a) wat is mijn risico, b) wat kost het en c) wat houdt ik er aan over?

De enige antwoorden zijn a) nul, b) niets en c) dat hangt er van af.

Nog geen migraine?

Lees dan binnenkort ook het derde deel van dit verhaal.