Eerlijke lonen

Kleding en mode vormen een industrie die met flink wat vervuiling gepaard gaat. Op zich al iets op over na te denken. Kan dat niet wat schoner? En achter de schermen zetten vele hon­derd­dui­zen­den mensen in verre landen elke dag weer kledingstukken in elkaar tegen een loon dat eigenlijk te laag is om van te bestaan. De vraag is of je ook daar iets aan kunt veranderen.

Het milieuaspect is niet even snel te beïnvloeden. Maar de te lage lonen die werknemers krijgen kun je wel aan de kaak stellen.

De impact van een eerlijker loon daar op de prijs hier is minimaal: één tot twee procent. Maar fabrikanten zijn bang voor hun positie op de markt, en orders verliezen kunnen ze zich niet permitteren. En als je als afnemer al bereid bent meer te betalen voor je kleding dat is het maar de vraag in welke zakken het extra betaalde terecht gaat komen.

Op zich is het dus wel een interessant vraagstuk. Het is wel een beetje te vergelijken met politiek. Je gaat in gesprek en je ijkt wat er af te spreken is. Vervelend nadeel is wel dat je al gauw een jaar of tien verder bent voor je ergens echte resultaten gaat boeken. Ergo: praten is geen snelwerkend medicijn.

Druk vanuit de consument werkt beter. We leven in een tijd dat alles schoner moet, dat we iedereen moeten accepteren zoals hij of zij is, en waarin alles wat onrechtvaardig is onder de loep wordt genomen. Vanuit de consument is druk zetten snel en relatief eenvoudig te regelen.

De consument zit overal. In Nederland en in elk ander land van de wereld. Vanuit Nederland de wereld verbeteren is niet te doen, maar als je vanuit de hele wereld ageert tegen de te lage lonen kun je een veel grotere vuist maken.

Dus gaan we nu allemaal maar roepen dat de lonen in de sweatshops omhoog moeten? Leuk, maar of een fabrikant in Afghanistan, Pakistan of China daarvan onder de indruk is valt te betwijfelen. Die ervaart niet rechtstreeks de druk van die roep om rechtvaardigheid.

De winkelier die mode verkoopt onder druk zetten werkt ook niet. Winkeliers hebben het al moeilijk genoeg. En een winkelier is in principe ook niet in de positie om iets te veranderen. Winkeliers gaan juist mee met de veranderingen die in de markt ontstaan.

Maar de importeurs zijn loslopend wild. Ze zijn de verbindende schakel tussen de fabrikant en de winkelier, en de verantwoordelijkheid om er voor te zorgen dat de mensen die de mode maken ook een eerlijk loon krijgen kun je bij de importeur neerleggen.

Hoe?

Heel simpel: door het invoeren van een keurmerk. Geef importeurs die kleding importeren die gemaakt is tegen een eerlijk loon een keurmerk, en laat winkeliers die die mode verkopen het keurmerk op hun etalageruit ook voeren. Voorzie prijskaartjes van het logo van het keurmerk en je hebt een vrij complete cirkel.

Controles kun je vervolgens steek­proefs­gewijs uitvoeren. Valt een importeur door de mand dan kun je die op een geciviliseerde manier aan de publieke schandpaal nagelen. De financiering voor de controles haal je uit de kosten voor het lidmaatschap dat importeurs dienen te hebben om aangesloten te zijn bij het keurmerk.

Dat laatste is overigens toereikend. Omdat fabrikanten aan veel importeurs wereldwijd leveren en er dus beduidend meer importeurs dan fabrikanten zijn dragen via het lidmaatschap van het keurmerk dus meerdere importeurs mee aan de controle van één fabrikant.

Wie ten onrechte je keurmerkje voert kun je altijd in rechte dagen. Maar als importeur heb je alleen maar baat bij het voeren van het keurmerk omdat het onder een vrij pure vorm van MVO valt. En dat brengt meer op dan dat je uiteindelijk op kosten kunt besparen wanneer je het keurmerk omzeilt.

We zijn er mee bezig om dit verhaaltje in een werkbare vorm te gieten. Zodra we hier vorderingen mee maken komen we hier op terug.